Voeren van paarden : een kunst of een wetenschap

Het juist voeren van paarden is tegelijk een kunst en een wetenschap. Het begin van elk succes ligt in een goede voeding. Helaas bestaan er over de behoefte van het paard aan voedingsstoffen heel weinig wetenschappelijke gegevens. Veel kennis berust op de praktische ervaring van succesvolle fokkers en op gegevens die ontleend zijn aan experimenten met andere dieren. Bij deze experimenten ging het om de bepaling van de voedingswaarde van de verschillende voedingsmiddelen en het registreren van de fysiologische behoefte aan voeder. Deze gegevens worden omgerekend en op het paard toegepast. Met de kennis van de zo berekende hoeveelheden en de voedingswaarden van de verschillende voedingsmiddelen kan men tegenwoordig bij benadering evenwichtige rantsoenen samenstellen.

De eigenlijke kunst van het paarden voeren ligt in het vermogen de rantsoenen individueel samen te stellen en rekening te houden met de bijzondere behoeftes van elk paard. Voederbehoefte en prestatie hangen nauw met elkaar samen. De reeds geleverde arbeid en de nog te wachten staande arbeid moeten de portie voeder bepalen. Sommige paarden eten langzaam en benutten hun voeder goed, terwijl andere snel eten en hun voedsel slecht benutten. Veel paarden leveren hun maximale prestatie als ze er zeer krachtig uitzien, andere werken beter met een lager lichaamsgewicht. Paarden reageren ook vrij sterk op de persoon van hun verzorger, op de van hem of haar uitgaande rust of onrust. Aan al deze details moet gedacht worden. Alles samen vormt een stap verder op de weg naar effectieve voeding.

Uiterst belangrijk is de strenge regelmaat in de voeding. Het dagelijkse ritme moet ook op zon- en feestdagen aangehouden worden. Het dagelijkse rantsoen moet in drie of vier porties verdeeld worden, want het paard is als weidedier gewend aan voortdurend voedsel opnemen. Door de aard van zijn spijsverteringskanaal is het paard niet in staat grote hoeveelheden voedsel ineens op te nemen en te verteren. In training zijnde paarden, moeten viermaal per dag gevoerd worden, terwijl de hoeveelheid per portie naar de avond toe opgevoerd moet worden.

Plotselinge veranderingen in het voedsel moeten vermeden worden en men moet er goed op letten dat het voedsel geen stof of schimmel bevat. De voederbakken moeten schoon gehouden worden en de voedselresten moeten verwijderd worden want die kunnen darmstoringen veroorzaken.

De aard van de mest geeft informatie over de voedselvertering. Vaak hele haverkorrels in de mest duiden op slechte tanden of op te haastig eten. Vers water is het belangrijkste voedingsmiddel. Het moet schoon zijn en voortdurend beschikbaar. De ervaring en de persoonlijke beoordeling zijn bij het voeren van paarden echter het belangrijkste, want elk paard is anders.

 

 

 

 

     
 
       
   
   
   
   
         
       
         
       
         
       
         
       

 


 
© Copyright - Alle rechten voorbehouden, Equi Libre 2008